| ©
Ruud Vermeer
Terug naar
Inhoudsopgave
Vragen bij dit hoofdstuk
|
'De geallieerde en geassocieerde regeringen verklaren, en
Duitsland erkent, dat Duitsland en zijn bondgenoten als aanstichters voor alle
verliezen en schaden aansprakelijk zijn, die de geallieerde en geassocieerde
regeringen en hun staatsonderdanen ten gevolge van de oorlog, die hun door de
aanval van Duitsland en zijn bondgenoten opgedrongen werd, geleden hebben.'
(artikel 231)
Van januari tot en met juni 1919 vergaderden de geallieerden
over de vrede in Europa in Versailles. Vanaf het begin was er van eensgezindheid
weinig te bespeuren.
-
Frankrijk, onder leiding van
Clemenceau,
wilde Duitsland keihard aanpakken. Duitsland zou nooit meer een
bedreiging voor Frankrijk mogen zijn. Hij wilde het Rijnland van
Duitsland afpakken en er een zelfstandig staatje (onder Frans toezicht)
van maken. Duitsland mocht geen groot leger meer hebben.
-
Engeland, onder leiding van
minister-president Lloyd George, was veel gematigder. Ook hij
wilde Duitsland wel aanpakken, maar wilde het land ook als
handelspartner in Europa terug. Een arm en zwak Duitsland zou op den
duur nadelig zijn voor de economie van Engeland en Frankrijk.
-
De Verenigde Staten, onder leiding van
president Wilson, wilden een rechtvaardige vrede gebaseerd op
Wilson's Veertien Punten, die al tijdens de oorlog waren geformuleerd.
Daarin stonden onder andere deze twee punten:
-
Het Zelfbeschikkingsrecht voor
volkeren. Dat
wilde zeggen dat een gebied waar in meerderheid Nederlanders woonden,
bij Nederland moest horen, of dat in een gebied waar in meerderheid
Polen woonden, bij Polen moest horen. De volken hadden het recht
zichzelf te besturen.
-
De Volkenbond. Dat moest een organisatie van
landen worden die voor vrede in de wereld moest gaan zorgen.
-
Italië wilde vooral gebiedsuitbreiding ten
koste van het vroegere Oostenrijk-Hongarije. De Italiaanse bijdrage aan
de overwinning van de geallieerden was echter niet al te groot geweest.
De Italianen was veel beloofd, maar de andere geallieerden kwamen veel
van deze beloften niet na. De Italiaanse vertegenwoordiger Orlando
verliet zelfs uit protest Versailles.

De leiders van de geallieerden in Versailles
Na de langdurige onderhandelingen, waar de verliezers
overigens niet zelf aan deel mochten nemen, kwam men met de volgende bepalingen:
-
Duitsland verloor:
-
in het westen
Elzas-Lotharingen aan Frankrijk. Bovendien werd de linkerover van de Rijn door de geallieerden bezet (de
laatste Franse troepen zouden pas in 1930 vertrekken)
-
in het noorden Noord-Sleeswijk aan
Denemarken
-
in het oosten een groot gebied aan het nieuwe
Polen; dit land kreeg een haven aan de Oostzee (Gdansk, in het Duits Danzig), in
een 'Poolse corridor', die Oost-Pruisen scheidde van de rest van Duitsland
-
alle koloniën; ze werden als 'mandaten' door de
overwinnaars in beheer genomen, onder toezicht van de Volkenbond
-
Oostenrijk-Hongarije viel uit elkaar. Er kwamen 3
nieuwe republieken:
Drie andere landen kregen grondgebied dat daarvoor bij
Oostenrijk-Hongarije had gehoord:
-
Turkije moest Syrië, Irak, Palestina,
Jordanië en Libanon afstaan als mandaatgebieden aan Frankrijk en Engeland
-
Duitsland kreeg de schuld voor het uitbreken
van de oorlog. Het moest een gigantisch bedrag als schadeloosstelling
betalen: 296.000.000 goudmark, te betalen in 42 jaarlijkse termijnen.
Het vredesverdrag bevatte voor Duitsland vele harde en soms
vernederende bepalingen. Het was voor velen vanaf het begin af de vraag of
Duitsland de herstelbetalingen zou kunnen nakomen. Maar even belangrijk was de
vraag of er in Duitsland, door de harde behandeling, geen wraakgevoelens zouden
kunnen ontstaan.
De gevolgen van de oorlog waren enorm:
-
er onstonden nieuwe
landen
-
andere landen (Rusland en Duitsland o.a.) kregen
nieuwe grenzen
-
er moest veel worden hersteld en opgebouwd in de
gebieden waar de oorlog veel had verwoest (Noord-Frankrijk en in België
bijvoorbeeld)
-
Europa was zijn leidende rol
kwijtgeraakt; op
economisch gebied had de Verenigde Staten de leiding over genomen
-
het Europese gezag in de koloniën was ernstig
verzwakt; nationalistische stromingen beriepen zich op het
Zelfbeschikkingsrecht en gingen zich steeds meer verzetten tegen de Europese
overheersing
-
De oprichting van de Volkenbond. Het moest een
organisatie worden waar alle landen lid van waren. Het doel was om de vrede
te bewaren en ruzies tussen landen bij te leggen.
Kaart
van Europa in 1924

Vragen bij dit
hoofdstuk
Inhoudsopgave
 
|