De Eerste Wereldoorlog

© Ruud Vermeer 

 

 

 

Terug naar
Inhoudsopgave

 

Vragen bij dit hoofdstuk

 

Hoofdstuk 13: En in Nederland?

Uit de voorafgaande hoofdstukken is wel duidelijk geworden dat de Eerste Wereldoorlog een verschrikkelijke ramp was die indruk maakte over de hele wereld.

 

Maar hoe zat het met Nederland in die jaren?

Net als landen zoals Zwitserland, Denemarken en Spanje was het land neutraal gebleven. Nu lagen deze landen echt buiten de gebieden waar legers langs of voorbij moesten. Voor Nederland gold dat niet. Eigenlijk had het land wel aangevallen moeten worden, net als in de Tweede Wereldoorlog. Voor de bescherming van de aanval door België was de bezetting van Nederland noodzakelijk. Maar door de veranderingen in het Von Schlieffenplan die op het laatst nog werden doorgevoerd, 'hoefde' Nederland niet aangevallen te worden.


op weg naar de grens



Mobilisatie

Toen aartshertog Franz-Josef in Serajewo was vermoord (28 juni 1914) volgde er een maand vol toenemende spanning. Toen het duidelijk werd dat de oorlog zou uitbreken mobiliseerde ook Nederland zijn leger.

Vanaf het begin was het doel om neutraal te blijven.


Kerst 1916

Voor veel mannen was het verrassing om in dienst te worden geroepen. Het was een mooie zomer en men bemerkte ineens dat het afgelopen was met de bewegingsvrijheid. Men was in de meeste kazernes ook niet goed voorbereid op de toevloed van mensen. Dus moest er heel wat geïmproviseerd worden. Na de spanning van de eerste dagen brak er een lange periode aan van wachten. Men probeerde alert te blijven door oefeningen.


oversteek bij Grave 1914

En soms kwam de koningin op bezoek.



Koningin Wilhelmina bezoekt de troepen in Goirle

Wat merkte Nederland nu eigenlijk van de oorlog?

De ligging van Nederland maakte dat veel handelaren er wel voordeel in zagen om door de handel met Duitsland grote winsten te maken. Soms ging dat tegen het belang in van de eigen bevolking. Dan werd er voedsel aan Duitsland verkocht, terwijl de eigen bevolking het ook steeds slechter kreeg.

De regering Cort van der Linden zag dat ook wel aankomen en kwam al op 3 augustus 1914 met een wet die het oppotten van levensmiddelen en het opzettelijk duurder maken van levensmiddelen moest tegen gaan.

Behalve de schaarste aan levensmiddelen merkte men natuurlijk ook op een andere manier dat het oorlog was. Veel mensen hadden familie in Nederlands-Indië. De weg daar naartoe was afgesloten. Wellicht dat een enkeling het nog probeerde om via Duitsland en Zwitserland naar het zuiden te reizen, maar voor de gewone mensen zat er niets anders op dan om te wachten.

Waar men wel meer van de oorlog merkte was in plaatsen aan de grens met België. Allereerst kwamen er na de val van Antwerpen (9 oktober 1914) heel veel Belgische vluchtelingen naar Nederland. Daarna probeerden de Duitsers de mogelijkheid om van België naar Nederland te vluchten onmogelijk te maken. Langs de hele grens kwam een muur van prikkeldraad onder stroom te staan.

De regering was ook gedwongen een beleid uit te voeren dat bestond uit het schipperen tussen de eisen van de Centralen en die van de Geallieerden. Engeland was met name er op uit om Duitsland totaal van de buitenwereld af te sluiten. In die blokkade vormde Nederland een zwakke schakel. De torpedering van schepen door de Duitse U-boten vormde een reden voor de Engelsen en Fransen om Nederland over te halen de kant van de geallieerden te kiezen. In het najaar van 1916 nam plotseling de dreiging toe omdat de Duitsers dachten dat de Engelsen Nederland zouden binnen vallen om het Duitse leger in de rug aan te vallen.


getorpedeerde koopvaardijschepen

Toen de Duitsers op 1 februari 1917 de onbeperkte duikbotenoorlog afkondigden, werd het gevaar voor de Nederlandse schepen nog groter. In juni en juli in dat jaar brak er in Amsterdam het zogenaamde 'Aardappeloproer' uit. Dit werd veroorzaakt doordat er bij de distributie steeds slechtere kwaliteit aardappels werden geleverd.

In maart 1918 legden de Engelsen beslag op de Nederlandse koopvaardijschepen. Men beschuldigde Nederland van het helpen van de Duitsers. Nederland kon hier weinig tegen doen, men was afhankelijk van de Engelsen voor de eigen bevoorrading over zee.

Tenslotte vroeg de Duitse keizer op 10 november 1918 asiel aan in Nederland. Dat werd hem, ondanks geallieerde protesten toe gestaan.

 

Politiek

Omdat de regering door de omstandigheden een 'nationale' politiek moest voeren greep men ook de kans om nationale problemen op te lossen. Twee grote problemen, waar al jaren lang over werd gedebatteerd, werden opgelost. Allereerst was daar de schoolstrijd. De rechtse, christelijke partijen kregen hun zin. Het bijzonder onderwijs werd gelijkgesteld met het openbare onderwijs. De linkse partijen kregen hun zin door de invoering van het algemeen kiesrecht (voor mannen). Beide zaken werden door een grondwetsherziening in 1917 geregeld.

 

Revolutie in Nederland?

Aangestoken door de opstand in Duitsland en beïnvloed door de revolutie in Rusland beweerde de partijleider van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij, Troelstra, in november 1918 dat de tijd rijp was voor een revolutie in Nederland. Er was ook een soldatenopstand in de Harskamp geweest. Zelden heeft een politicus zich zo vergist.

Als reactie op de uitspraak van Troelstra kwam er in heel Nederland een beweging op gang om de bestaande orde te handhaven. Dat uitte zich in Den Haag door een uitgebreide huldiging van het koningshuis.

 

Gevolgen

Het was voor veel mensen duidelijk geworden dat Nederland nauwelijks voorbereid was op een oorlog. Ook al had het land niet mee gedaan aan de oorlog, toch waren er doden te betreuren. Vissersschepen waren op mijnen gevaren en koopvaardijschepen waren getorpedeerd.

Door de enorme schok die de Eerste Wereldoorlog gaf, kreeg het pacifisme als beweging overal in Europa veel aanhang. "Nooit meer oorlog!" was de leus. Nederland hechtte veel waarde aan de pas opgerichte Volkenbond en sloot met veel landen verdragen om toekomstige geschillen uit te praten, in plaats van om het uit te vechten. Het pacifisme in Nederland uitte zich in de jaren dertig onder andere door het dragen van 'het gebroken geweertje'.

De economische veranderingen waren enorm. De Nederlandse regering stapte definitief af van de gedachte dat de markt zichzelf zou regelen (liberalisme). Door de invoering van de distributie en het afkondigen van wetten tegen het hamsteren, bemoeide de overheid zich actief met het economische leven.

 

Vragen bij dit hoofdstuk

Inhoudsopgave