![]() |
De Eerste Wereldoorlog |
||
| ©
Ruud Vermeer
|
Hoofdstuk 2: OorlogHet eerste wat gezegd moet worden is dat de Eerste Wereldoorlog een heel ander soort oorlog was dan de oorlogen daarvoor. Het was de eerste Europese oorlog sinds 1815 toen de tegenstanders van Napoleon hem voor het laatst versloegen bij Waterloo. Napoleon was de eerste geweest die de dienstplicht had ingevoerd. Zijn legers kregen daardoor een voor die tijd verbazingwekkende omvang van 500.000 soldaten. Het grootste probleem daarbij was de bevoorrading. Op lange veldtochten kon voor zo'n enorme massa moeilijk voldoende voedsel worden meegenomen. Gevolg daarvan was dat het leger 'van het land' moest leven. En dat betekende weer dat de bevolking in de streken waar het leger doorheen trok 'gevraagd' (lees: gedwongen) werd om in de voedselvoorziening van het leger te voorzien. Op het moment dat dat niet kon kwam het leger dus in de problemen. En precies dat was er gebeurd bij Napoleons tocht naar Moskou. In 1812 verloor hij vrijwel zijn hele leger toen de Russen steeds verder terug trokken en alles wat zijn leger kon gebruiken vernielden. De Russische winter en voortdurende aanvallen van Russische soldaten (kozakken) deden de rest. Er is een gezegde dat beweert dat generaals altijd bezig zijn de vorige oorlog te winnen. Dat wil zeggen dat generaals de fouten uit het verleden bestuderen om ze in de toekomst niet meer te maken. Maar dat kan betekenen dat ze zich voorbereiden op een soort oorlog die misschien helemaal niet volgens die plannen verloopt. Dat gebeurde dus ook nu. De Duitsers hadden zich al een tijd voorbereid op een zogenaamde Tweefronten-oorlog. Men verwachtte dat Frankrijk en Rusland zo mogelijk tegelijk Duitsland zouden aanvallen. Frankrijk alleen zou de Duitse aanval niet kunnen weerstaan. Rusland moest daarom zo snel mogelijk aanvallen om het Duitse leger als het ware in tweëen te splitsen. Een Duitse generaal, Von Schlieffen, had daarom een plan ontwikkeld waarbij het Duitse leger in een snelle opmars dwars door Zuid-Nederland en België om de Franse legers in Noord-Frankrijk heen zouden trekken. De Franse legers, zo werd verwacht zouden naar de Frans-Duitse grens trekken. Daardoor konden ze omsingeld worden en verslagen zijn nog voor de Russen klaar zouden zijn met hun mobilisatie. Men verwachtte dat de Russen pas aan zouden vallen als al hun legers helemaal klaar waren. Men rekende erop dat dat wel drie maanden kon duren. Het feit dat men door twee neutrale landen heen moest nam de Duitse legerleiding op de koop toe. Het Duitse leger was simpelweg gewoon te groot om alleen door het Frans-Duitse grensgebied heen te kunnen.
De Duitsers leken het beste voorbereid op een oorlog. Ze waren het beste bewapend en beschikten over het beste leger. Toch was het Duitse opperbevel niet zeker van zijn zaak. De opperbevelhebber, Von Moltke besloot het Von Schlieffenplan op belangrijke details te wijzigen. Allereerst versterkte men de linkerflank (het grensgebied met Frankrijk), daarnaast besloot men alleen door België heen te trekken (daarmee in feite bepalend dat Nederland neutraal zou blijven) en, 'last but not least', men besloot Oost-Pruisen te verdedigen tegen een mogelijke vroege Russische aanval. Deze wijzigingen verzwakten de Duitse rechtervleugel.
|