![]() |
De Eerste Wereldoorlog |
| ©
Ruud Vermeer
|
Hoofdstuk 5: Het Oostelijk front tot 1917
kaart van het oostfront in 1914 Omdat bij de geallieerden bekend was dat de grote Duitse aanval tegen Frankrijk gericht zou zijn, hadden de Russen beloofd om zo vroeg mogelijk met een offensief tegen de Duitsers te beginnen. Trouw aan deze belofte vielen de Russen al op 13 augustus Oost-Pruisen aan. Hier leden zij echter ook hun eerste grote nederlagen, bij Tannenberg en het Masoerische Merengebied. De Duitsers stonden hier onder leiding van de generaals Hindenburg en Ludendorf. Dezen kregen in augustus 1916 het opperbevel over alle Duitse strijdkrachten. Ondertussen waren er echter wel soldaten van het westelijk front naar het oosten gedirigeerd. De Russische opzet om Frankrijk te ontlasten was dus wèl succesvol geweest. Verder naar het zuiden vochten de Russen in 1914 tegen de Oostenrijk-Hongaarse legers. Hier hadden ze wel succes. Tot aan de winter van 1914/1915 zijn de Oostenrijk-Hongaarse legers gedwongen zich terug te trekken op eigen grondgebied. De Duitsers gaven in 1915 nog altijd de voorkeur aan een overwinning in het westen. Maar om de bondgenoot Oostenrijk-Hongarije te helpen was men wel gedwongen om de Russen aan te vallen. In mei 1915 braken de Duitsers door de Russische linies en veroverden op 4 augustus Warschau. Na deze nederlaag nam de Tsaar zelf het commando over. De Russische verliezen waren enorm. Honderdduizenden werden gedood of gevangen genomen. Steeds meer ook werd het duidelijk hoe slecht de Russische soldaten voorbereid waren en bevoorraad werden. Van de ongeveer 6.000.000 soldaten die men in 1915 had, had éénderde deel geen geweren. Men moest wachten totdat er iemand gesneuveld was om een wapen in handen te krijgen. Ook andere dingen ontbraken, van munitie voor de kanonnen tot aan schoenen voor de soldaten. Toch waren de Russen in maart 1916 weer in staat om aan te vallen. Ook nu weer op Frans verzoek: om de aanval op Verdun te verlichten. Weer mislukte de aanval op de Duitse stellingen. Maar het offensief dat op 4 juni tegen de Oostenrijk-Hongaarse linies werd ingezet, onder leiding van generaal Broesilow, had wel succes. Ook nu schoten de Duitsers te hulp en brachten de Russen tot staan. De Russische aanval duurde tot de herfst en was het grootste Russische succes van de oorlog. Het bracht de Oostenrijk-Hongaarse legers tot op het randje van een totale nederlaag. Maar aan de Russische kant waren de verliescijfers ook weer enorm hoog. Uiteindelijk kostte de Eerste Wereldoorlog aan Rusland een totaal van bijna 6.500.000 doden en gewonden. De bevolking begon te protesteren. De slechte bevoorrading raakte niet alleen de Russische legers, maar ook in de steden werd honger geleden. Ondertussen was, aangetrokken door de Russische successen in 1916, ook Roemenië mee gaan doen, met de Geallieerden, tegen de Centralen. Het liep uit op een ramp. De Roemenen, geholpen door de Russen, werden verslagen door de Duitse, Oostenrijk-Hongaarse en Bulgaarse legers. Bulgarije was in 1915 mee gaan doen aan de oorlog aan de kant van de Centralen, tegen Servië.
|