![]() |
De Eerste Wereldoorlog |
| ©
Ruud Vermeer
|
Hoofdstuk 6: Andere Fronten
1. De Balkan In augustus 1914 was Oostenrijk-Hongarije Servië binnengevallen. Zonder al te veel succes, maar met veel slachtoffers. Pas in oktober 1915, toen de Duitsers zich ermee gingen bemoeien en de Bulgaren aan de kant van de Centralen mee gingen vechten, was het afgelopen met de Serven. De Geallieerden (Engeland en Frankrijk) probeerden hulp te sturen en zonden soldaten naar Noord-Griekenland (Saloniki). Daar bleef men zitten. Ook in 1916, toen Roemenië onder de voet werd gelopen door de legers van de Centralen. Pas in 1918 waren de geallieerden zover dat zij aanvielen. De Centralen moesten zich terugtrekken. En in september 1918 werd er een wapenstilstand met Bulgarije gesloten.
2. Italië Op 23 mei 1915 na Italië deel aan de oorlog. Het verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog. Dat land vocht nu op drie fronten: tegen Rusland, tegen Servië en tegen Italië. Het werd alweer een uitputtingsoorlog. Op een moeilijk terrein, aan de Isonzo-rivier, vielen de Italianen keer op keer aan. Zonder enig resultaat, maar wel weer met enorme hoeveelheden slchtoffers. In 1915 alleen al verloren beide partijen rond de 160.000 soldaten. Eind oktober 1917 waren de oorlogsmoeheid en de ontevredenheid over zoveel verloren mensenlevens aan de Italiaanse kant en Duitse hulp aan de andere kant de oorzaken voor een grote Italiaanse nederlaag. Meer dan 300.000 Italianen werden gedood of gevangen genomen en men moest meer dan 100 kilometer terug trekken. In december boden Fransen en Engelsen hulp en werd er voor het eerst gedacht aan een gecombineerd geallieerd opperbevel. Uiteindelijk kwam de grote geallieerde tegenaanval pas in oktober 1918 op gang. Het Oostenrijkse front stortte in. Ziek, oorlogsmoe en toenemend verdeeld gaven Oostenrijkers, Hongaren, Tsjechen en Slowaken zich over of trokken terug. Op 4 november werd er een wapenstilstand gesloten. 3. Turkije Eind 1913 was een Duitse generaal, Liman von Sanders, begonnen met het opleiden en organiseren van het Turkse leger. Toch duurde het tot 31 oktober 1914 voordat de Turken met de Centralen gingen meedoen. Men vocht in de Kaukasus tegen de Russen, langs de Euphraat en de Tigris tegen een Indiaas/Engels leger en in de Sinaï (op weg naar het Suez-kanaal) tegen de Engelsen. In maart 1915 deden de Geallieerden een aanval op de Dardanellen. Men wilde op deze manier een veilige manier van bevoorraden via de Zwarte Zee van Rusland bewerkstelligen. Het zou ook de uitschakeling van Turkije betekenen, terwijl ook de Servirs ermee geholpen zouden zijn. De aanval mislukte echter en tot januari 1916 lagen ook hier twee legers tegen over elkaar in loopgraven. Beide partijen verloren ongeveer 250.000 man voordat de geallieerden besloten zich gewonnen te geven en hun soldaten te evacueren. Een deel van het Turkse leger stond onder het bevel van Moestafa Kemal, later beter bekend als Atatürk.
In februari 1915 deden de Turken een verrassende aanval op het Suez-kanaal die wel werd afgeslagen, maar de Engelsen zo had laten schrikken dat ze er snel een legermacht begonnen op te bouwen. In 1916 begon men met een langzame opmars door de Sinaï. In juni van dat jaar kwamen de Arabieren in Saoedi-Arabië in opstand tegen de Turken. In november 1917 braken de Engelsen tenslotte door de Turkse linies in Palestina, terwijl ook in Mesopotamië (langs de Euphraat en de Tigris) de Turkse legers zich terug moesten trekken. Toch duurde het tot september 1918 voordat de volgende grote aanval zorgde voor het ineenstorten van het Turkse front. Op 30 oktober werd er tenslotte een wapenstilstand gesloten.
|